Kalahari dreaming
september 17, 2018

Adrenaline in de Drakensbergen

Tijdens een braai bij Zuid-Afrikaanse vrienden hoorde ik, dat wanneer ik in de buurt van de Drakensbergen was, dat ik toch écht wel de Sani Pass moest rijden. Geweldige uitzichten en een heftige rijervaring werden me beloofd.
Een aantal weken na deze fijne tip verbleef ik op een kleine Guest Farm in de buurt van Giant Castle Game Reserve en dus ook, voor Zuid-Afrikaanse begrippen, in de buurt van de beruchte Sani Pass. De pas verbindt Zuid-Afrika met Lesotho en is vanwege de onverharde, smalle wegen met scherpe haarspeldbochten alom bekend in Zuid-Afrika.

Research

Om goed voorbereid aan deze trip te beginnen heb ik eerst wat onderzoek gedaan. De research leerde mij dat je de pas enkel met vierwiel-aangedreven voertuigen mag berijden en dat er verschillende avonturiers in de geschiedenis de top niet hebben weten te bereiken en in de afgrond zijn gestort. Dat de pas geregeld afgesloten is vanwege weersomstandigheden en dat je tijdens de rit te maken kan krijgen met vier seizoenen. Meer dan genoeg redenen om dit zelf eens te ervaren. Je kan immers altijd omkeren… Dacht ik.

Het bleek een van de meest indrukwekkende momenten van al mijn tijd in Zuid-Afrika te worden!

De ochtend van vertrek

Dauw op het gras en een kille ochtendzon aan een kraakheldere blauwe hemel. De aapjes slingerden al vroeg door de bomen terwijl ik de auto klaar maakte voor de trip. Olie peilen, brandstof checken en eten en drinken voor onderweg achter in de bak goed vastzetten. De weersvoorspellingen waren goed dus ging ik ’s morgens samen met mijn reisgenoot (met hoogtevrees) en een dosis gezonde spanning op pad.

Vanaf de Guest Farm is het 275 km tot het punt waar de pas begint, waarvan 125 km over onverharde slingerwegen door de uitlopers van de Drakensbergen. Het is januari en dus zomer in Zuid-Afrika, rond een uurtje of tien is het 25 graden en we rijden door een adembenemend landschap over bruggetjes, door kleine riviertjes en bergen die het best te omschrijven zijn als de Dolomieten in Italië maar dan met een strak groen biljartlaken erover gespannen. Geregeld stoppen we om van het uitzicht te genieten, we zijn anderhalf uur op weg en hebben nog geen andere auto’s gezien totdat er eentje naast ons stopt, ‘You allright?’ klinkt het uit het openstaande autoraam. ‘Yeah man thanks, just enjoing the amazing view’ antwoord ik. ‘Lekker, geniet et’ is de reactie van de man en hij rijdt verder. Dit gedeelte van Zuid-Afrika is dun bevolkt dus letten we op elkaar en bieden hulp wanneer dit nodig is. Fijn gevoel.

4×4 only

Na drie uur door een onwaarschijnlijk mooie omgeving te hebben gereden komen we aan bij de voet van de berg waar de pas loopt, het echte werk moet nog gaan beginnen maar we hebben nu al het idee een topdag te hebben gehad. Parkeren en met ons paspoort naar de Zuid-Afrikaanse douane om aan te geven dat we het land kort gaan verlaten, het eindpunt van de pas ligt in het Koningrijk Lesotho. We zeggen dat we vandaag nog in Zuid-Afrika terug komen en krijgen een stempel van de verveelde beambte. Hier zijn we niet alleen. Vierwiel-aangedreven, volle taxibusjes staan hier in de rij om hun inzittenden naar huis of naar hun werk te brengen. Vriendelijke taxichauffeurs zwaaien en gaan aan de klim beginnen, het lijkt waaghalzerij met de volle busjes maar dit zijn de meesters van het off-road rijden. Twee keer sneller dan de gemiddelde personenjeep bedwingen ze de pas.

Een oververhitte motor bij een geweldig uitzicht

Het eerste gedeelte van de klim is nog vrij vlak maar wat me snel duidelijk wordt is dat de weg echt slecht is. Grote keien zorgen ervoor dat het contact met de weg geregeld niet optimaal is waardoor je langzaam doorschuift. Maar wauw wat is dit mooi, watervallen zorgen voor beweging in het oneindige berglandschap en ik moet mijn best doen om mijn ogen op het pad te houden. Na enkele kilometers begint de slingerweg, de beroemde slingerweg. Auto in hoge gearing en zorgvuldig de bochtjes niet te scherp en niet te flauw insturen. Na een aantal bochten krijgt de motor het zwaar en zucht door middel van een rookpluimpje wat langs de motorkap slingert, het begint ook een beetje te stinken. Overhit, en voor ons mooi de tijd om met open motorkap te genieten van het uitzicht. Een busje stopt naast mijn auto, het raampje gaat open; ‘Everything okay?’ dus ik antwoord met: ‘Well, just a bit overheated, I hope…’. ‘You got enough water?’ vraagt de bestuurder. ‘Yes we do, thanks!’ en het busje rijdt zwaaiend verder. Het klinkt allemaal vrij ontspannen maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik het best eng vind. De auto staat net na een smalle bocht steil op de weg met de motorkap open. Ondertussen hoop ik dat het straks weer allemaal werkt. Na wat mooie foto’s van het uitzicht gaan we weer op pad, tenminste als de Mahindra weer dienst doet. Het werkt, met iets hogere snelheid (ik wil niet weer stil komen staan) neem ik de laatste kilometers haarspeldbochten om uiteindelijk boven op de berg het asfalt te bereiken. Een vriendelijke douanebeambte van Lesotho heet ons lachend welkom in het Koninkrijk en hij stempelt onze paspoorten af. In de verte zien we leden van het Basotho volk over het rotslandschap galopperen op ezels. We rijden een andere wereld in, niet te ver want we moeten ook weer via de pas naar beneden. Maar eerst eten en drinken we wat in de ‘highest pub in Afrika’ dit café bevindt zich op 2873 meter.

De afdaling

Met volle magen maken we ons klaar voor de afdaling. Zelden heb ik een afdaling zo onderschat, na de moeizame beklimming zou de afdaling een fluitje van een cent moeten zijn, dacht ik. Helaas, afdalen is vele malen enger en linker. Bij het remmen schuiven we door de losse stenen telkens een klein stukje door. Een Basotho met een enorme hoeveelheid hout op zijn schouders kijkt ons onverschillig na. De bochten zijn zo krap dat de neus van de auto over de rand van de afgrond zeilt, het geeft een kwetsbaar gevoel maar ook een kick om de weg naar beneden te temmen. Stapvoets komen we met oververhitte remmen veilig aan bij het douanekantoortje en melden we ons weer present in Zuid-Afrika, weer een stempel in het paspoort erbij. Wat een rit, wat een dag! Adembenemende uitzichten in combinatie met een ontzettende adrenaline rush zorgen ervoor dat we deze dag nooit zullen vergeten.

Op ons gemak rijden we terug naar de Guest Farm waar ons een welverdiend Afrikaans diner staat te wachten. Tijd voor een nieuw avontuur!

4 Comments

  1. Noortje schreef:

    Wat ontzettend bevlogen geschreven en wát een avontuur!! Je hebt er eerder al over verteld maar bij het lezen van dit verslag is het net alsof ik ook in die 4×4 zit!!! Super broer!!! X

  2. Bas Leenders schreef:

    Leuke beschrijving van een enerverende rit! Anderhalf jaar geleden de pas ‘bedwongen’ met een professionele chauffeur.
    Onvergetelijk, vooral de ‘Whiskey-‘ en de ‘Oh my God-bocht’ (zo noemde de ranger ze in elk geval) zorgden voor klamme handjes…

    Met dode ezels en bavianen in de berm (roadkill) en indrukwekkende vergezichten (+ een koud Lesotho-biertje op de top) één van de absolute hoogtepunten van onze reis in Zuid-Afrika!

    • Thijs Verhagen schreef:

      Dag Bas, bedankt voor je reactie. Ja wat een rit hè? Peentjes gezweet maar oh wat is het mooi! Ik kan het je ook echt aanraden om zelf te rijden, avontuur ten top!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *